Mensje-kijken
Column in Amsterdams Stadsblad 21-08-2002

Dealers en drugsgebruikers verpesten op het ogenblik het Krugerplein. Een jongetje vond ‘zo’n spuit met bloed erin’. Zo beschreef hij op een buurtbijeenkomst zijn vondst, terwijl hij zijn vingers dertig centimeter uit elkaar hield. Men gruwde. De bewoners willen op het Krugerplein bewakingscamera’s. Op de Wallen, de Nieuwendijk en het stationsplein Diemen komt rond de winter al cameratoezicht. De NS willen op stations duizenden extra camera’s installeren.
Onzichtbare controle via camera’s; de effectiviteit ervan valt nauwelijks te betwisten. De criminaliteit in de Berlijnse metro’s schijnt dankzij cameratoezicht tot nihil gereduceerd. Een paar jaar geleden was camerabewaking nog onderwerp van felle discussie. Die is verstomd. Waar het op straat fout dreigt te gaan, mag van de doorsnee burger gespied worden.
In Leipzig, een stad in het oosten van Duitsland, hangen op de Burg Platz borden met de melding: ‘Dieser Platz wird video überwacht’. “Ze konden de camera’s laten hangen,” grapte mijn vriendin toen we op weg waren naar het vlakbij gelegen Stasi-museum.
Tot december 1989 zetelde in het gebouw Runden Ecke het Stasi-hoofdkwartier. De inwoners van Leipzig liepen er met een omweg omheen, want verborgen ogen beloerden de omgeving. Het museum is een uitstalkast van heimelijkheid; stoomapparaten om post te openen, vermommingen, fototoestellen in koffers.
Terug in de tram werden we gecontroleerd. Opeens stond er een vrouw naast ons die een identiteitsbewijs toonde. We moesten onze Fahrschein laten zien. Toen de vrouw vervolgens op een stoel voor ons plaatsnam, besefte ik de reden van mijn schrik: ze droeg burgerkleren. De volgende halte stapte ze uit. Een andere vrouw volgde haar, met wie ze enkele woorden wisselde. Een andere controleuse die ik niet gezien had.
Zo’n vijftien jaar geleden heeft het GVB geëxperimenteerd met controle in burger. Vanwege de woedende reacties van passagiers, die zich overvallen voelden, kregen de controleurs een uniform. In voormalig Oost-Duitsland speelt die ergernis niet. Na zestig jaar totalitair regime is men gewend aan enige onzichtbare controle.
Tot 1966 werd in de DDR de doodstraf uitgevoerd met behulp van de guillotine. Daarna ging men over op het nekschot. De richtlijnen voor executies zijn in het Stasi-museum op een A4-tje te lezen. De veroordeelde werd door twee man aan beide kanten vastgehouden en kreeg zijn vonnis te horen. Daarna ging achter het slachtoffer een deur open, waaruit een Stasi-officier het vonnis voltrok.
Het stelselmatig bespieden van mensen geeft een regime ongekende macht. Als de controleurs door niemand worden gecontroleerd – zoals in de voormalige DDR -, is onderdrukking een feit. Wie pleit voor bewakingscamera’s moet dus even hard pleiten voor de mogelijkheid de bewakers, hun superieuren en de overheid te controleren. Anders zouden de bewaakte pleinen wel eens erg leeg kunnen worden. En is de volgende stap dat in de tram iemand in burger je opeens naar je kaartje vraagt.
Robert Loeber