De koninklijke dierentuin
De Boekenkrant, mei 2025
Interview met de Vlaamse journalist Jo de Poorter: “Het is vrijwel altijd de persoon zelf die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de ondergang van een koningshuis.”
De vijfenzestigste verjaardag van koning Filip van België inspireerde Jo De Poorter tot een boek van driehonderd pagina’s De koning is dood, Leve de koning!, over dertig koningshuizen. Het zijn verhalen over vorstenhuizen die ten onder gingen, die aan een zijden draadje hangen en over succesvolle overlevers. De bekendste koningshuisdeskundige van België portretteert ze op badinerende toon, alsof hij een dierentuin bezoekt.

De koning is dood. Leve de koning! is niet bedoeld als verzameling biografieën, maar als een onderzoek. De Poorter wil de vraag beantwoorden waarom sommige koningshuizen afsterven en andere overleven. De aanleiding voor zijn boek was de vijfenzestigste verjaardag van de Belgische koning. De Poorter: “De verjaardag van Filip heb ik aangegrepen om de vraag te stellen of hij niet eens met pensioen moet. Driekwart van de koningshuizen is verdwenen. Dat komt door oorlogen, maar ook omdat ze er niks van terechtbrachten. Ik probeer aan te tonen dat het zeer kwetsbare instellingen zijn. Het Spaanse koningshuis staat er bijvoorbeeld slecht voor, maar het Noorse is juist populair.”
Hendrik VIII
Historisch gezien hebben vorsten er vaak een potje van kunnen maken zonder dat het hun populariteit schaadde, stelt De Poorter. “Hendrik VIII was in het begin tamelijk normaal, maar na een verwonding door een steekspel veranderde zijn persoonlijkheid. Hij vrat zich tot 170 kilo en raakte steeds meer losgeslagen. Zo’n verandering zie je ook bij de sjah van Perzië en Ludwig van Beieren.”
Vorsten gaan uiteindelijk ten onder aan hun eigen gedrag, concludeert hij. “Het is vrijwel altijd de persoon zelf die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de ondergang van een koningshuis. Vergelijk bijvoorbeeld de Belgische en Nederlandse vorstenhuizen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leopold heulde met de nazi’s, wat zijn populariteit zeer geschaad heeft, terwijl Wilhelmina, die in Engeland zat, juist zeer populair werd. Daarom moet een huidige vorst zijn stinkende best doen.”
Het volk laat zich aanvankelijk soms bedriegen, maar komt op zeker moment in opstand. Koningen die niet flexibel zijn, gaan ten gronde. De Poorter: “Vorsten leven altijd in een soort bubbel. Ze hadden heel lang de overtuiging dat hun taak door God was opgelegd.” Een dergelijke starheid leidde tot de Russische Revolutie, die voorkomen had kunnen worden als de tsaar enkele jaren eerder inschikkelijker was geweest en de juist ingestelde Doema meer bevoegdheden had gegeven. “Nicolaas wilde geen stap opzij doen, juist doordat hij een gelofte aan God had afgelegd.”
Coca-Cola
De Poorter beschrijft dat vorsten die meenden dat het voldoende was om de krant te kunnen lezen, een paard te kunnen bestijgen of een handtekening te kunnen zetten, het niet gered hebben. Wat moeten vorstenhuizen doen om te overleven? Er is een recept voor, zegt De Poorter. “Dat is hetzelfde als met Coca-Cola: het is een geheime formule, maar sommige ingrediënten zijn bekend. Een vorst moet veel van staatskunde afweten en dus goed op zijn taak zijn voorbereid.”
Nog zo’n onmisbaar ingrediënt is het accepteren van goed advies. “Zoals koningin Elizabeth deed na de dood van Diana. Aanvankelijk wilde de majesteit de vlag niet halfstok hijsen op Buckingham Palace. De populariteit van het Britse koningshuis kwam aan een zijden draadje te hangen. Tony Blair raadde de queen dringend aan tot een knieval, wat de toekomst veiligstelde.”
Uit de portretten blijkt dat juist de meest flexibele vorstenhuizen overleven. De afgelopen eeuwen hebben vorsten veel water bij de wijn moeten doen. Van door God uitverkoren vertegenwoordigers op aarde moesten ze vervolgens een rol accepteren als gekostumeerde aapjes in glazen kooien. De Poorter schrijft op een laconieke, volgens hemzelf “badinerende” toon, alsof hij royalty’s observeert in een dierentuin. “Het is een dierentuin, een voorbijtrekkende fanfare, een kermis. Het is merkwaardig dat het toch zoveel betekenis heeft voor zoveel mensen. Er spelen veel dingen die niets met staatskunde en politiek te maken hebben, maar mensen vinden er houvast en betekenis in.”
Koningshuizen die zelf actie ondernemen en zich aanpassen, doen het goed, zegt De Poorter. “De koningin van Denemarken heeft vlak voor haar aftreden een aantal van haar kleinkinderen hun prinsentitel afgenomen, waardoor ze niet meer betaald worden. Dat was gruwelijk voor die kleinkinderen, maar ze optimaliseerde daarmee de overlevingskansen van het koningshuis.” Ook het met verve spelen van de gewenste rol werkt bijna darwinistisch: “Vermaak bieden is zeker een ingrediënt voor succes. Het sprookjesachtige en feeërieke spreekt veel mensen aan. Dat moet je niet wegnemen. De wisseling van de wacht in Engeland, de hoedjes, tiara’s en koetsen moeten blijven.” Een toespraak in moeilijke tijden biedt velen troost. “Neem als voorbeeld de toespraak van koningin Elizabeth tijdens de coronacrisis. Ze citeerde Vera Lynns We’ll meet again, wat haar mateloos populair maakte.”
Verbinding met het verleden
De Poorter stelt dat vorstenhuizen nog steeds een belangrijke maatschappelijke functie hebben omdat ze een verbinding vormen met het verleden. Daar ligt ook zijn eigen fascinatie. “Het is een combinatie tussen schoonheid en elegantie, en anderzijds gruwel, overspel en doodslag. Er is veel materiaal over te vinden. Het is ook een combinatie tussen historische gebeurtenissen en heel kleine menselijke voorvallen.”
Vorstenhuizen staan volgens hem voor de band met ons gedeelde verleden. Ze bieden de samenleving identiteit omdat ze het historisch geheugen in stand houden. “Van onze eigen familie weten we vaak minder dan van de geschiedenis van de vorstenhuizen. Die vertellen ons wie we zijn en waar we vandaan komen.”
Robert Loeber