Repeteren voor de Japanse floriade
SBM, maandblad Besturenraad nr 8, 2004

Op het Wellantcollege zijn alle ogen op Japan gericht. Gedurende de Pacific Flora, de Japanse floriade, reizen groepjes leerlingen voor drie weken naar het land waar men liever imiteert, dan naar eigen ontwerp een bloemstuk schikt.
Trees heeft de blokken oase met water gevuld en teruggelegd in het tasje. Ze loopt er zwaaiend mee heen en weer. “Je moet er even ruig mee omgaan. Kijk, het begint al te lekken.”
“Maar Japanners lopen heel rustig,” veronderstelt Maaike. “Het zijn zeker geen wildebrassen,” beaamt docent Lucas Jansen.
Vier leerlingen van het Wellantcollege in Aalsmeer oefenen voor de workshop bloemschikken die ze in Japan zullen verzorgen op de Pacific Flora. De meisje worstelen met het slappe tasje waarin de lila oase niet rechtop wil blijven zitten. Het tasje blijft scheefzakken.
Maaike (19), Tamara (21), Trees (20) en Esther (20) hebben hun middelbare beroepsopleiding afgerond, inclusief een opleiding bloemschikken en volgen nu de handelsopleiding. Ze zijn wel wat gewend, maar het trendy concept van het boekettasje blijkt in de praktijk lastiger dan verwacht. “We hebben al duizend tasjes ingeslagen, dus je zal het er mee moeten doen,” waarschuwt Jansen. “Japanners verwachten creativiteit, want zelf kopiëren ze alleen maar.”
“Dit is voor ons ook nieuw,” verklaart hij, terwijl de meiden met een hete naald gaatjes in de tasjes prikken om er chrysanten in te steken. Wijzend naar de paarse en lila brokken: “Bijvoorbeeld het kleurgebruik van het steekschuim.”
Ook het uitwisselingsproject zelf is nieuw. Voor de fusie, zo’n twee jaar geleden, bestond het Wellandcollege uit verschillende scholen. Nu werken zes MBO’s van Wellant uit verschillende steden samen in het Japanproject. Jansen: “Voorheen waren we concurrenten, nu zijn we collega’s. Dit is dus een goede oefening in samenwerken.”
Elegantie
Belangrijker nog, is de doelstelling van ‘natuurlijk leren’. Door leerlingen in projecten te laten werken en problemen te laten oplossen wil het Wellantcollege de onderwijsvraag stimuleren. Jansen: “De leerling vraagt: ik heb dat of dat probleem, leg het me uit.” Jansen neemt het werkstuk over van Trees en kneedt haar compositie in vorm. “Kijk, zo krijg je er meer elegantie in.”
Wanneer de meiden een half uur aan de gang zijn en de eerste chrysanten op de tasjes prijken, stappen drie jongens het lokaal binnen. Een beetje onwennig, want ze komen van de studierichting park & landschap van het Wellandcollege, vestiging Gouda. “Haal eens even koffie voor ons,” dirigeert Trees.
Buster (18), Ronald (19) en Peter (18) nemen gedwee de bestelling op. Waarom ze er nu al zijn, weten ze zelf eigenlijk ook niet. “Straks gaan we Japans eten,” verklaart Buster. Ze zullen gelijk met de meisjes naar Japan vertrekken. Hun taak op de Pacific Flora is het verkopen van souvenirs en demonstraties geven met bloembollen bij verschillende stands.
Hebben ze al wat Japans in hun vocabulaire? “We hebben al vier keer Japanse les gehad,” zegt Peter. “‘Mitsiva’ is goedendag, en we kunnen tellen. Tishimi, san, go, ehhh…”
“Nee, go is vijf,” roept Trees van achter haar roze compositie. “Ehhh…, ishi, hatsjie,” probeert Peter opnieuw. “En we kunnen buigen,” zegt Ronald. “Hoe belangrijker iemand is, hoe dieper je buigt. Het beroep is heel belangrijk in Japan.”
Japanse consument
Een collega van Lucas Jansen bekijkt de bloementasjes met een kennersblik. “Wat is de doelgroep?” “De Japanse consument,” antwoordt Jansen. “Dit is vooral gek, en dat is wat ze willen.” “Leuk, weer eens wat anders, dat zou je hier niet kwijt kunnen,” bromt de docent. “Wij zijn maar lompe boeren.”
In de studiehoek staat de Japanse tafel al klaar. Japanners eten altijd op hun knieën, weten de leerlingen inmiddels, dankzij de studie die het groepje van Loes Straathof (20) naar de Japanse eetcultuur heeft verricht. Om aan zo’n lage tafel te komen, hebben ze podiumdelen gebruikt. “Iedereen heeft de opdracht gekregen zelf een kussen mee te nemen,” vertelt Loes. Het eten bestaat uit Japanse noedelmix. “Het is niet echt Japans eten, het is vooral bedoeld om met stokjes te oefenen.”
Blauwe knijper
De meeste werkstukken zijn klaar. Alleen Trees prutst nog ijverig aan haar bloemstuk en weet zich plotseling in het middelpunt van de aandacht. De jongens beperken zich nog altijd tot toekijken. Inmiddels hebben nog wat andere mannelijke leerlingen het lokaal betreden en zij zijn voortvarender geweest met de kennismaking. Rond vijf uur slaat de meligheid toe. Een jongen krijgt een blauwe knijper op zijn oor geklemd, die hij moedig een tijd aan zijn oor laat bungelen. Maaike pakt de bezem en veegt het afgeknipte groen bij elkaar. Het werkstuk van Trees baart algemeen opzien. Ze is erin geslaagd een groene stengel rechtop te zetten in het slappe tasje. Een jongen ziet er een hondje in en bevestigt twee paarse chrysanten bij wijze van ogen. Trees is minder enthousiast over haar prestatie: “Ik vind het helemaal niks.”